VEDETTE

Door Rinske Wels op Trouw

ls de opkomst een graadmeter is, dan is Lenette van Dongen abso­luut een vedette. Goed, de showtrap is enigszins wankel en je kunt er zo doorheen kijken, maar als Van Don­gen zich laat vangen in een volgspot en haar armen spreidt, krijgt ze ap­plaus. Tot drie keer toe. Zo zijn de codes in het theater en zij speelt er feilloos mee. ’Vedette* is de vijfde voorstelling van deze zeer talentvol­le cabaretière.

De gebaartjes zijn precies goed, muzi­kaal begeleiders Martijn Breebaart en Peter Heijnen maken flitsfoto’s. Lenet­te van Dongen ziet er spectaculair uit met een bh van de beroemde Marlies Dekkers, eroverheen een jasje en daar­onder een korte broek. Maar al voor de pauze volgt een verkleedpartij op het podium. Want een eenvoudig bloesje en dito spijkerbroek passen uiteinde­lijk beter bij Van Dongen. De begelei­ders halen opgelucht adem en ook zij bevrijden zich snel van hun smoking.

Meteen bij de eerste opmerking over waxinelichtjes zet Lenette van Dongen de toon van de avond, het wordt een tour de nostalgie. Herinneringen aan hoe het vroeger was. Toen zaten er im­mers maar zes in een doosje en deed je ze in een glazen theelichtje van Verka- de. Nu kun je een zak van honderd stuks kopen en dat is toch niet hetzelf-

Het gevaar sentimenteel te worden om­zeilt ze gelukkig, Van Dongen weet pre­cies de juiste snaar te treffen en kan heerlijk relativeren. Haar kracht is dat ze een heel persoonlijk verhaal kan ver­tellen over klussen met haar vader - hij op de trap met een boor in zijn hand, zij als ’oppertje’ dat alles aangeeft. Daar wordt ze gelukkig van en het is mak­kelijker dan zeggen dat ze van hem houdt.

Zo’n herinnering of ontboezeming lijkt heel particulier, maar Van Dongen weet haar universeel te maken. Om dan meteen daarna weer in een hilarisch ty­pe ’Bob de Bouwer’ te schieten. Van die mannen die elkaar ferm op de schou­ders slaan, te veel en te hard lachen en praten in termen als ’16 over 14 onge- busseld’ en die geen 'chromen frental- koppelingen’ willen, want die zijn voor homo’s. Heerlijk overdreven, knap gespeeld en enorm herkenbaar. Ook kan ze antropomorfiseren als geen ander: elk dier, elke plant krijgt menselijke trekjes en dus kunnen we nooit meer normaal kijken naar een gemengd boe­ket.

De liedjes van Lenette van Dongen zijn weer een verhaal apart. Stuk voor stuk prachtig, goed gezongen en erg goed begeleid. Ze zingt alleen nog maar liedjes die ze mooi vindt, vertelt ze, en zo kan het zijn dat er een op het pro­gramma staat van twee programma’s geleden: ’Het is voorbij’. Het slotlied van ’Vedette’ is van Spinvis, ’Voor ik vergeet’. Dat lijkt de leidraad van de voorstelling: voordat haar herinnerin­gen vervagen of de mensen van toen er niet meer zijn, wil ze het graag delen met haar publiek. Daardoor wordt de vedette heel menselijk. Menselijk, maar met grote gaven.