Lenette van Dongen geniet zich suf

Door Jacques J. d'Ancona op Dagblad van het Noorden

Die lange, goede benen, die expressie, dat prachtige ge­luid, de dwingende persoon­lijkheid, de trefzekere mi­miek, dat lijf van buigzaam staal, die gekke, dwarse kop- ...het was mij en anderen niet ontgaan. Toch heeft lenette van Dongen me even hard­handig op mijn plaats gezet. Terwijl ik zo verschrikkelijk genoeg heb van het te pas en nog vaker te onpas gehan­teerde begrip ’herkenbaar’, maakt zij duidelijk datje de huiselijke dingen om je heen origineel kunt benoemen zonder te vervallen in platte burgerlijkheid. Dat heeft te maken met lef en diverse bij­komende verworvenheden. Zoals: haar vermogen nauw­lettend te kijken en haar kunde een beeldende, cur­sieve schrijfstijl om te zetten in meeslepend, gevarieerd theater. Haar vijfde show in een j aar of tien is een menge­ling van overrompelende hef­tigheid in de monologen en ontzagwekkend zuivere ver­tolkingen in de chansons. Ik weet nog dat ze haar eerste programma ophing aan de vraag waar dingen fout zijn gegaan, maar twee seizoenen geleden last had van de be­knottende foltering van de ziel die ze zichzelf had opge­legd in het gevecht voor liefde, vrijheid, eigenheid en geluk. Dat laatste vooral. En nu? Nu staat er een vrouw op het toneel die afziet van de poging de wereld te redden. Van Dongen geniet zich suf. Ze heeft begrepen datje moet stoppen te proberen gelukkig te worden. Haar conclusie: dan houd je een hoop tijd over.

Ach ja, vroeger was het ge­zellig en tegenwoordig raken we niet uitgeluid over nor­men en waarden. Lenette van Dongen voorziet de situatie van rake, verrassende kantte­keningen. En reken maar dat je ongekende mogelijkheden ontdekt in het gevoelsleven van een rij windmolens langs de dijk, een pot pindakaas of een basilicumplantje, de gulle gaven van een club Itali­aanse pruimenbomen en de leefwereld van een strijdbare narcis. Jawel. Net zo realis­tisch is er een manier je vader te laten weten dat je gek bent op hem: help hem bij het klussen. En als je zelf aan de slag gaat, is de ijzerwinkel dé bron voor een dolle persiflage op de wereld van ’echte’ man­nen. Heel sterk, juist omdat ze geen specifiek ’vrouwen­programma’ aflevert. Een ve­dette, zonder enige twijfel, al tracht ze het tegendeel te be­wijzen door op hoge pumps glorieus van een showtrap af te dalen en een bestemming te zoeken in de wereld van de kleine mensen. Lenette van Dongen organiseert die tegen­stelling schijnbaar moeiteloos in samenwerking met twee uitstekende muzikanten.