Lenette van Dongen in de bloei van een nieuw leven

Door Arno Gelder op Algemeen Dagblad

Lenette van Dongen in de bloei van een nieuw leven

Ze zeemt er voor het eerst haar eigen ramen, drinkt koffie met de buurvrouw, plant haar eigen stekjes. Volmaakt gelukkig op het platteland. Het is een mooi autobiografisch thema waarmee de cabaretière in haar nieuwe voorstelling Tegenwind speelt. Want de overgang van de stadse hectiek naar de kabbelende provincie staat symbool voor haar ingrijpend veranderde bestaan.

Ze is gescheiden, heeft een nieuwe relatie en ruimt haar leven op met dezelfde schoonmaakwoede als waarmee ze haar nieuwe huis te lijf gaat. Dat leidt tot een zeer persoonlijke voorstelling, waarin Lenette van Dongen haar publiek een 50-plusser toont die er mag zijn en bij wie, zo concludeert ze als ze terugblikt, helemaal niets is komen aanwaaien.
Een vrouw, kortom, in de bloei van een nieuw leven. Die geen bucket list behoeft waarop 'bungeejumpen, een trektocht met rugzak door Patagonië en een cursus Russisch' staan vermeld, maar eenvoudigweg 'een tuin met droogmolen met was in de wind.' Bucket list? Fuck it list!

Als een van de weinigen in het genre weet Lenette van Dongen haar publiek werkelijk mee te nemen in haar vertelling. Ze neemt de zaal in vertrouwen en schept een aangenaam soort intimiteit, waarin haar verhalen perfect gedijen. Bovendien bezit ze de relativering en zelfspot die nodig zijn om een betrekkelijk serieus thema theatrale lichtheid te geven. Zo is haar geploeter in de tuin - Van Dongen ontbeert groene vingers - van hoog hilarisch gehalte, evenals haar monoloog over de zegeningen van het urinoir. Tegenwind, de tiende solovoorstelling van Lenette van Dongen, behoort zonder meer tot de allerbeste uit haar oeuvre.