Van Dongen brengt cabaret op niveau

Door Nelleke Vogel op Dagblad van de Zaanstreek

Terwijl haar ex-collega’s van Jeans de grote zaal op stelten zetten timmerde Lenette van Dongen vrijdagavond in haar eentje in de kleine zaal voor een select publiek gedegen aan de weg als ’jong talent’. Het eerste wat ze doet als het publiek zit is het vertellen over haar ’solo- droom’; over die zaal met ze­ventienhonderd mensen, een gigantisch decor met centraal daarin een grote trap waarvan zij bij wijze van opening en om­geven door in veren gestoken danseressen heel gracieus af­daalt.

Dan blikt ze de kleine zaal van De Purmaryn in; veertig man. Maar daar is ze blij mee, want ze heeft liever veertig in­dividuen dan zeventienhon­derd kuddedieren. En wat die grootse opening betreft, van een keukentrap kun je ook af­dalen, en niet eens zoveel min­der elegant, zoals ze toont.

Lenette van Dongen is in haar muziek/cabaretprogramma ’Mag het iets zachter’ ont­wapenend eerlijk over haar on­zekerheden en twijfels. En die blijken zeer herkenbaar voor iedereen. Eigentijdse zaken staan centraal en die brengt ze op wel heel leuke wijze naar voren. Het kind-carrièredilem- ma bij voorbeeld. Begrippen als ’uiterste verkoopdatum’ en plan-, eco- en computerge­stuurde simulatiebaby’s passe­ren de revue. Maar ook de straf van het schoonheidsideaal (met uitgeklapte centerfolds als be­wijs), problemen van het ouder worden en het leven in een luxe, materialistisch ingestelde maatschappij komen aan de or­de.

Vlotte humor

Ze behandelt haar onderwer­pen met lekkere vlotte humor, ongecompliceerd en leuk, en ze geeft en passant nog even wat aanvullingen op de dikke Van Dale, of voegt op zijn minst een betekenis toe aan bestaande woorden. ’Schaamscheerslaaf, ’leedmagneet’ en ’verdrietsti- rannen’ zullen we bij voorbeeld nog tevergeefs zoeken en met ’duwbak’ en ’handboei’ bedoelt zij iets geheel anders.

Tussen de korte conferences door zingt ze haar dan weer ge­voelige, dan weer vrolijke lied­jes met teksten van zichzelf, Jacques Klöters en Ivo de Wijs.

De zaal gaat plat voor haar me­dley op bekende nummers waarin ze de problemen van het ouder worden aansnijdt en is muisstil bij het gevoelige ’Eu­ropa dementeert’. Als ze aan het eind van haar voorstelling alle ellende van de huidige sa­menleving naar voren heeft ge­bracht en er geen gat meer in ziet, laat ze zich via een con­frontatie met (mevrouw) God tot bezinning brengen. Er is al­tijd nog hoop, je moet er het beste van maken en ze besluit in het nummer ’Dans’ met de zin ’zetje illusies opzij’. Zeven­tienhonderd mensen is mis­schien wat veel gevraagd voor Nederlandse begrippen maar dat Van Dongen een groter pu­bliek verdient dan de veertig in De Purmaryn is zeker.