Sfeer van saamhorigheid bij expressieve Van Dongen ****

Door Henk van Gelder op NRC Handelsblad

De zolder opruimen is een uiterst bruikbaar thema voor een cabaret- programma. De cabaretier kan het weggooien van oude spullen let­terlijk nemen en er grappen en verhalen aan ophangen. Maar het thema leent zich tevens heel goed om er een symbolische betekenis aan te geven. Ook de bovenkamer is immers af en toe hoognodig aan uitmesten toe.

Lenette van Dongen grijpt in haar nieuwe voorstelling Nikè béi­de mogelijkheden gretig aan. Haar optreden is een aanhoudende stroom van grappige verhalen waarin tegelijkertijd op vrolijke toon allerlei emotionele ballast overboord gaat. Wie, zoals zij, „bij­na vijftig, dank u wel” is, mag wel eens wat weggooien.

Na een liedjesprogramma en een rol in de musical Doe Maar is Lenette van Dongen teruggekeerd naar haar comedy-stiel. Nikè bevat nog maar één liedje, door haarzelf begeleid op een speeldoosje. Bo­venal legt ze in dit programma een meesterproef af in het maken van contact met de zaal. Vanaf het al­lereerste moment heeft ze haar pu­bliek in de hand en dat houdt ze anderhalf uur lang vol, met groot overwicht en bewonderenswaardi­ge souplesse. Als ze vraagt of er mensen zijn die op zolder nog spullen hebben staan die zc nooit meer gebruiken en toch niet weg­gooien - van schriftelijke taalcur­sussen tot en met cassettebandjes of schildersbenodigdheden - is ie­der voorbeeld raak. En op elk ant­woord uit de zaal heeft ze een aler­te reactie paraat.

Zo schept de cabaretière een sfeer van saamhorigheid, een sa­menzwering van gelijkgestemden, die tot aan haar allerlaatste woor­den glorieus intact blijft. Met her­kenning als belangrijkstcwapen - ook als het gaat over het fysieke verval dat met de jaren komt. Hoe moet men op zekere leeftijd in vre­desnaam flatteus in een bubbel­bad stappen? Ze doet dat met hoogstkomisch gevolg voor.

Eens te meer demonstreert Le­nette van Dongen in Nikè weer hoe expressief ze is in stem, lijf en le­den, hoe theatraal ze kan zijn en hoe haar taal het summum is van beeldende kracht.

„Ik heb een hele goeie bui”, zegt ze als de voorstelling begint, „en die ga ik lekker zelf opmaken.”