NIKÈ vol gemiste kansen

Door Annet de Jong op De Telegraaf

„Ik ga vanavond proberen tegen te vallen”, zegt Lenette van Dongen aan het begin van haar nieuwe programma 'NIKÈ'. Als welwillende theaterbezoeker denk je dan vanzelfsprekend dat ze daar helemaal niets van meent, en dat het wel zal loslopen, want lenette is een innemende cabaretière en bovendien een prachtige zangeres. Maar het loopt anders.

Nu ze bijna vijftig wordt, heeft ze geen zin meer om tc 'pleasen'. Lenette van Dongen gaat dus eens een keer niet doen wat het publiek van haar verwacht. Ze is te lang een poe­del geweest, maar eigenlijk is ze een bouvier, zo omschrijft ze het knellende korset dat ze van zich afwerpt. Geen band, geen decor, geen liedjes, nu ja eentje dan, en dan niet eens van haarzelf. Stand-up come­dy dus, u weet wel, waar er al zoveel van is, en waar de mid­delmaat regeert. Ze gaat in ge­sprek met het publiek, gevaar­lijk, want er zijn behalve Mare- Marie Huijbrechts weinig ca­baretiers die met zo’n formule echt boeiend theater kunnen maken. Dat loopt dus niet zo vlot en dus laat ze het, god­dank, na een kwartiertje weer los. Wat volgt is gebabbel over ouder worden, het lichamelijk verval, het sleetse huwelijk, waarbij Van Dongen de clichés niet schuwt: alles gaat hangen, de hormonen raken uitge­blust, ie voldoet niet meer aan het schoonheidsideaal (jawel, de geschoren schaamstreek komt ook weer langs), sauna­bezoek wordt problematisch, net als bezoekjes aan de gynae­coloog („Let niet op de rom­mel”).

Natuurlijk, voor de mensen die nog nooit eerder zoiets hoorden, is het lachen, gieren brullen, maar voor de klein- kunstliefhebber is het behel­pen. In plaats dat Lenette van Dongen iets nieuws doet, be­wandelt ze een platgetreden pad dat bezaaid ligt met voor de hand liggende grappen cn gedachten, die nauwelijks zijn uitgewerkt. Dat ze er zelf zo­veel plezier in heeft, maakt het nog enigszins verdraaglijk, maar helaas is ’NIKÈ’ het pro­gramma van de gemiste kan­sen.

Want pas op het allerlaatst Iaat Lenette van Dongen echt iets van zichzelf zien. Name­lijk dat ze een vrouw is die een groot verdriet met zich mee­draagt over het kind dat ze nooit kreeg. Ze geeft het een plek in haar voorstelling. Mis­schien had de hele voorstel­ling er over moeten gaan, dan had die zeker meer vorm en diepgang gekregen. En wat had ze er een mooie liedjes over kunnen maken. Nu moe­ten we het doen met 'Roze Sneeuw’ van Angela Groot­huizen, nota bene met hetzelf­de speeldoosje dat Groothui­zen in haar theatershow ook al gebruikte. Jammer.