Van Dongen hoog boven alles ****

Door Jacques J. d'Ancona op Dagblad van het Noorden
Elk volgend programma beslist Lenette van Dorden dat het anders zal zijn dan het vorige. Omstreeks 1993 ging ze voor het eerst solo. Een cabaretière die zich graagin de afbraak van het zelfonderzoek gooit en er (verdomd) steeds in slaagt daar nieuw en vernieuwend uit te komen. Filosofisch van aard, dus. Ontegenzeggelijk, maar dat trekje dompelt ze bij voorkeur in realisme om naar huiselijke dingen te kijken. Dat kan een kof­fiezetapparaat zijn of een tandenborstel zo­als in Hoogseizoen, haar achtste show die tot eind 2012 in de theaters loopt.

In makkelijke antwoorden op lastige vra­gen heeft ze al lang geen zin meer. Dat heeft vermoedelijk te maken met haar afkeer om zich alleen maar leuker voor te doen dan ze is. Daarin zit haar streven te zorgen voor een drastische opschoning van de beeldvorming rond de engel en de vedette die allebei in haar wonen. Dit leidt tot een boeiend proces, de worsteling tussen eerlijkheid, vermaak en zelfacceptatie. En uiteindelijk naar de jui­chende triomf van een vrouw die op het to­neel bruggen slaat naar bezinning - sommi­gen noemen het herkenning - en zalen die meegaan in woeste hilariteit

Ooit putte zij zich fysiek uit op een loop­band. Ditmaal is het een klimwand, de schit­terende vondst van een bergpartij die ze be­stijgt met het ogenschijnlijke gemak van een olympisch kampioene. Hoog boven alles en iedereen uit, Van Dongen (52) aan de top, de angst overwonnen. En dan? Dan gaat het in anekdotes, verhalen, een lied, slimme inter­rupties en komische improvisaties over ge­luk, omdat ze bedacht heeft dat het in soor­ten bestaat. Het geluk van ’beginners’ en het geluk van de ’gevorderden’, met eigens tus­senin het twijfelachtige geluk van hen die een graantje meepikken, de twitteraars en degenen die leven onder de dwang van de verplichte blijheid, het kwaliteitsmomentje.

Je zou je af kunnen vragen: waar maak je je zo druk over? Dat is Van Dongen ten voeten uit. Al haar energie, een verschrikkelijke dy­namiek, haar raffinement en stoten adrenali­ne smijt ze in een voorstelling die het oer- Hollandse begrip gezelligheid verwerpt. In haar geval is geen sprake van klauteren. Ze klimt, een comédienne, die met overrompelende soepelheid constateert datje geen hulp hoeft te verwachten, ook al zijn de sociale media en het internet bij de hand. Er zit een moraliserend tintje aan vast, maar ze heeft een devies. Zoek het maar uit, sloop blokkades en pak die bergwand op ei­gen kracht.

Je mag het uittekenen: in een explosie van stemmen, in haar gespierde lijf en in de kracht van haar mimiek zit de overgave waar­mee Lenette van Dongen zo’n overweldigen­de show speelt en Toon Hermans in ’zijn’ jaar een ontroerend mooie plek verschaft: Dit is een land om lief te hebben. Jawel. Ook al zijn er zeikerds, die je er op wijzen dat je je sokken 'verkeerd om’ aan hebt.