Lenette van Dongen hekelt blij dwang

Door Mike Peek op Het Parool
Dagelijks ziet Lenette van Dongen een stoet feesten­de mensen aan zich voor­bijtrekken. Mensen met wie het altijd ‘prima’ gaat en die in één rechte lijn van geboorte naar dood hossen. Mensen ook die altijd in de beste restaurants eten en nooit hun sleutels verliezen. Van Dongen typeert zichzelf als een vrouw die tijdens deze optocht wat onhandig met een vlaggetje staat te zwaaien. Hoe doen anderen het toch, zo’n rimpelloos leven lei­den?

Antwoord: dat doen ze niet. Van Dongen bespreekt haar verlangen naar geluk met veel prettige zelf­spot, maar levert ook losjes kritiek op een tijdgeest die het niet toestaat ongelukkig te zijn. Deze ‘blijdwang’ weerhoudt mensen ervan hun ma­laise, hoe klein ook, bespreekbaar te maken. We lachen niet meer al­leen geforceerd op foto’s, maar ei­genlijk de hele dag door, om de schijn van onafgebroken voorspoed op te houden.

Hoogseizoen kun je zien als een troost voor iedereen die daar, zoals Van Dongen, een beetje van in de war is geraakt. Ze laat zien dat pie­ken niet zonder dalen kunnen be­staan. De cabaretière trekt een enorm blik met herkenbare situa­ties open, steevast voorafgegaan door de vraag: “Heb je dat ook wel eens?” Soms zijn de geschetste situ­aties iets té familiair: door het bij­voorbeeld te hebben over kerstver­lichting die altijd in de war raakt, overschrijdt Van Dongen de grens tussen herkenbaar en cliché.

Desalniettemin is het fijn naar Van Dongen te luisteren. Ze is energiek, ondanks alles positief en vuurt haar grappen met de snelheid van een mitrailleur op de zaal af. Ze kan zich dus wel wat missers veroorloven. Bovendien speelt ze knap met het decor: een enorme nepberg die de pieken en dalen natuurlijk letterlijk verbeeldt, maar in zijn gladde ab­stractie ook een metafoor is voor het reliëfloze bestaan dat Van Dongen hekelt.

Er borrelen veel meer grote the­ma’s onder Hoogseizoen, maar Van Dongen lijkt wat huiverig om ze uit­voerig te behandelen. De lol staat voorop. Als ze tegen het einde van de avond wél even gas terugneemt, mondt dat uit in een prachtige dia­loog tussen haarzelf en een wat ou­dere dame over de zin en onzin van zingeving. Door die scène besef je dat Van Dongen best iets vaker op de rem had mogen trappen.