Eerherstel voorde ouderwetse koffiepot

Door Albert Kok op Algemeen Dagblad

LENETTE VAN DONGEN

ONDERZOEKT DE WAARACHTIGHEID VAN HET GENIETEN

De nieuwe show van Lenette van Dongen gaat drie weken later dan gepland in première. Een gebroken middenvoetsbeentje zorgde voor vertraging. Nu al­leen nog afrekenen met de zenuwen. 'Bij elke nieuwe show denk ik: zo leuk als de vorige keer wordt het nooit meer.

Het enige decorstuk dat er toe doet in haar nieuwe voorstelling Hoog­seizoen is een geabstraheerde berg waartegen ze staat te spelen. Be­hoorlijk lenig voor iemand die toch ook alweer de 50 is gepasseerd klautert Lenette van Dongen daar­tegen op gezette tijden omhoog. Hén keer in de try-out fase ging het mis. „Ik kwam verkeerd uit bij een dom afstapje van 30 centimeter, hoorde een wonderlijk geluidje en voelde een felle pijnscheut.”

Ze haalde op karakter het einde van die show, op 18 december in Arnhem. Maar bij controle in het ziekenhuis bleek ze haar midden­voetsbeentje te hebben gebroken. „Zeven weken ben ik met die gebro­ken poot bezig geweest,” zegt ze met een mengeling van spijt en berus­ting in haar kleedkamer in de schouwburg van Hel. De première, die gepland stond voor half fe­bruari, moest ze uitstellen, omdat je met een voet in het gips geen negen meter hoge berg kunt beklimmen. „Van de voorstelling op die dag heb ik maar een familiefeestje gemaakt.”

Morgen komt het alsnog van een (pers)première. Op basis van een show, haar achtste, waarin ze zich er druk om maakt dat alles in het leven steeds meer is bedacht en voorgekauwd. Van de gele, rode en blauwe wandelroutes in de natuur tot aan de uitgestalde etenswaren in de supermarkt. Gelukkig is er altijd nog de troost van een opbeurend liedje. Ze speelt leentjebuur bij Toon Hermans. Samen met het publiek maakt ze een nieuwe versie van Dit is een dag om lief te hebben.

Het is een vondst waarmee ze in haar nopjes is. „Ik merk tot nu toe keer op keer dat de mensen daar blij van worden. Het is me overko­men dat ik een uur na afloop het theater uitkwam en er op dat moment iemand voorbij kwam fietsen die dat liedje neuriede. ‘Ik had ei­genlijk een rotdag’ las ik op Twitter, ‘maar dankzij Lenette werd het een dag om lief te hebben’. Daar word ik dan weer blij van.”

Haar vorige show Nikè was een bejubelde hit. Ze was 50 en de schaamte voorbij; voorwaar de ideale kapstok yoor een programma over een vrouw die de balans op­maakt. „Ik vond het verschrikkelijk om daarna weer aan iets nieuws te beginnen. Je moet dan opboksen tegen je eigen schaduw. Ik had er eerlijk gezegd zo geen zin in. Dat heb ik trouwens tot nu toe bij elke show gehad. Dat ik denk: zo leuk als de vorige keer wordt het nooit meer. Ik troost me er dan maar mee dat ik het gelukkig steeds by het verkeerde eind heb gehad.”

Bij de totstandkoming van Hoog­seizoen liet ze zich leiden door ver­wondering over de ‘rare kloof’ tus­sen enerzijds de populariteit van survivaltrips en anderzijds het ver­langen van mensen om zich in de watten te laten leggen. „Ik onder­zoek in deze voorstelling de waar­achtigheid van het genieten. Zoveel prachtige mensen zijn aan de Pro- zac. Ja, zelf heb ik ook de nodige therapieën gehad. En ik heb me suf gemediteerd. Maar die tijd is voor­bij. Nu kies ik ervoor om vol in het leven te staan.”

Het resulteert in een overwegend vrolijke, positieve voorstelling! Met bijvoorbeeld een hartstochtclijk pleidooi voor de terugkecr van de ouderwets grote koffiepot met twaalf streepjes. In plaats van indi­vidualistisch gedoe met één cupje voor precies één kopje.

„Ik heb weleens een voorstelling gemaakt met alleen grote emoties. Daar vonden de mensen niks aan. Ze komen om te lachen. Daar houd ik rekening mee. Maar ik vertel niks wat buiten mezelf ligt Ik moet iets eerst zelf voelen of doormaken voordat ik het in een voorstelling kan zeggen. Uitgangspunt daarbij is: als ik ermee zit, zitten meer mensen ermee. Mocht ik ernaast zitten cn er komt vanuit de zaal geen blijk van herkenning, dan gaat het eruit. Als het te particulier wordt, heeft het geen bestaans­recht. Dan wordt het gênant.”

Soms snapt ze zelf ook niet waarom iets leuk wordt gevonden. Zoals in het geval waarin ze een wasmachine speelt die op wisse­lende snelheden moet draaien. Als kind vond ze het al prachtig om dode dingen een stem te geven.

"Mijn vader, mijn broer en ik waren regelrechte stripfiguren. Wij konden er een hele wedstrijd van maken wie van ons het beste het ge­luid van het plastic deksel van een emmer mayonaise van tien liter kon nabootsen”.

Als ze met haar huidige tournee klaar is, gaat ze er een jaartje tus­senuit. "Af en toe wil iets doen ter afwisseling van het cabaret. Zo denk ik nog altijd met veel plezier terug aan Doe Maar, de musical die ik een paar jaar geleden deed. Lek­ker kelen met z’n allen. Zoiets zou ik wel weer eens willen doen.”