Mobieltje

Ik schrik wakker van mijn mobieltje. Ik herken de ringtone niet maar zoek toch door. Versuft reik ik naar de plek waar de foon altijd ligt maar stoot mijn hand tegen een houten wand die eerder nog niet naast mijn bed stond.

Mijn hersens kunnen alle wonderlijke informatie amper verwerken. Ik wil het licht aanknippen maar nergens vinden mijn handen wat ze normaal moeiteloos in het halfduister, uit de diepste slaap kunnen vinden.

De wonderlijke ringtone is gestopt. Maar in mijn vage halfslaap registreer ik een aardbeving omdat mijn bed heen en weer gaat.

Tijd om als de sodemieter klaar wakker te worden en je leven te redden. Ik schiet overeind en stoot mijn hoofd aan het plafond. Somethings very wrong here.

Tot ik eindelijk zie waar ik ben. Op mijn bootje.

Ik heb deze zomer een bootje gekocht waar ik heerlijke tochtjes mee zou varen langs eindeloze Hollandse oevers. Ik zou leuke lunches nuttigen in gezellige haventjes en uren op het achterdekje op mijn klapstoeltje genieten van voorbij varende boten en eendjes.

Maar helaas, de slechtste zomer sinds 1906 heeft al mijn plannen verregend.

Gister scheen even de zon en ik ben naar mijn bootje gegaan om te zien of hij alle zomerstormen had overleefd en ‘er nog goed bij lag’.

Bij het binnenstappen van het stuurhutje was ik opslag weer verliefd op mijn varende badkuip en ben de hele middag blijven trutten. Toen een van de mooiste zonsondergangen die Amsterdam kan voortbrengen de hemel rood kleurde wist ik: ik blijf hier slapen. Een leuk plan dat je s nachts in je slaap blijkbaar helemaal vergeet.

De rare ringtone die mij wakker belde blijkt een meeuw op mijn kajuitje in druk gesprek verwikkeld met een meeuw op de buurboot. En die allesvernietigende aardbeving blijkt het zachte schommelen van mijn bootje in de touwen. Hoewel ik van enthousiasme mijn bed zou willen uitspringen is dat in een boot van mijn formaat niet aan te raden want rechtop zitten gaat net. Meer ruimte is er in het knusse slaaphokje niet.

Ik schuif de gordijntjes open, en ziet het haventje in diepe rust. En ik zie de zon!

Ik maak een koppie thee, ga op het bankje in de stuurhut zitten en geniet van de stilte, het water en de eendjes die met broodhoop voorbij komen zwemmen.

Helaas dames. Dit is een onvoorziene overnachting zonder proviand.

Als jullie ergens brood vinden kom het dan voor de verandering eens bij mij brengen.

Over een uurtje moet ik weer van mijn bootje af. Snel naar huis even douchen en dan weer naar Zaltbommel om te spelen.

Maar dit uurtje, schommelend in de ochtendzon nemen ze me niet meer af.