Altijd leuk

Ze rommelen samen in de keuken.

Ik hoor aan de zorgeloze geluiden dat de taken goed verdeeld zijn

Hij bedient de Senseo en zij zet de schoteltjes op het dienblad en snijdt de appeltaart. Natuurlijk zelf gebakken, dat spreekt voor zich. Het is schatje hier en schatje daar.

Deze mensen hebben het leuk. Ze hebben het áltijd leuk.

Maar hebben jullie dan nooit ruzie? Nee, nooit, hè schatje? Nee liefje, nooit.

Nooit van die avonden naast elkaar op de bank waar geen eind aan komt. Alsof je samen onwrikbaar vast zit in een tijdmachine. Verbaasde blikken. Nee hè schat… Nee, als de kinderen naar bed zijn steek ik gezellig de kaarsjes aan en pak de nootjes en hij trekt een lekker flesje open… Elke avond? Ja elke avond. Dat is ons momentje.

En vakanties dan. Jullie zitten toch ook wel eens na een verkeerd genomen afslag driehonderd kilometer in kille stilte tot de ijsbloemen op de ruiten staan? Nee, dat hebben ze nooit.

En het is waar. Ik ken deze mensen al vijftien jaar. En ze hebben het echt altijd leuk.

Ik heb ze bij een onverwacht bezoekje nog nooit betrapt op die te opgewekte stemmen die je opzet voor de visite om de echo van een echtelijke blikseminslag te verhullen die vaak nog even in de hoeken van je huis blijft naknetteren.

Als iemand aan Lief en mij vraagt of wij wel eens ruzie hebben vallen we stil en kijken elkaar aarzelend aan en houden het vaag. Ach, ruzie… We hebben wel eens een meningsverschil…

Daarna roeren we onze koffie en ik zie aan zijn grijns dat hij net als ik in gedachte even door de map ‘knallende aanvaringen’ bladert. De aanleiding is vaak een niet meer te achterhalen lulligheidje. Een verkeerd weggezet kopje op het aanrecht werkt opeens als het fluitsignaal om de ego-legers uit te laten rukken. Met volle kracht storten we ons dan in het verbale steekspel. Woedend, maar ook met groot plezier hakken we elkaars argumenten aan flinters. De inzet is hoog. Allebei willen we de gouden ik-heb-gelijk-medaille winnen. Het zijn maar plastic zwaarden waar we mee zwaaien. Nooit bedoeld om te doden.

Vroeger hadden we meer conditie, bleven we het laatste woord verdedigen tot we van pure uitputting de witte vlag opstaken en in elkaars armen in slaap vielen. Nu gebeurt het vaak dat we midden in een ruzie in lachen uitbarsten omdat een argument zo vergezocht is dat we in een klap klaar zijn met de zoete oorlog. Rap gaan de plastic zwaarden dan weer in de speelgoedkist en even later zitten we tevreden ieder met een katern van de krant met een bakkie aan de keukentafel. Goed ruziemaken is soms net zo lekker als een goeie vrijpartij.

Ik ben al drieëntwintig jaar gek op mijn Lief. Je krijgt ons met geen tachtig olifanten uit elkaar. Ik ben niet jaloers op het gezellige stel. Voor mij geen senseo-appeltaart huwelijk.