29 05 11

In mijn werkkamer staat een dikke bult tassen.

Allemaal gevuld met spullen van de show die niet met de grote karren met het decor drie maanden in de opslag zullen verdwijnen.

Gister in Apeldoorn de laatste voorstelling voor de zomerstop gespeeld.

Het was een geweldig seizoen. Met een voorstelling die tot mijn eigen verbazing zo ongelooflijk goed werd ontvangen. En zo makkelijk speelde. Met publiek dat zoveel teruggaf aan lach en liefde. Nu drie maanden vrij, maar met het vooruitzicht dat ik nog een jaar deze show mag spelen.  

 

Het is een raar gezicht. Dingedingetjes die bij je werk horen die opeens in je huis staan.

Alsof er een collega van de administratie in je keuken staat af te wassen.

Vertrouwde dingen die niet tussen de rest van je vertrouwde dingen horen.

Mijn intens lelijke maar lekker lopende sloffen naast een gele bananendoos uit de show.

Als ik die banaanvormige bewaartrommel zie start meteen het filmpje in mijn hoofd. Een filmpje van twintig seconden werkproces uit de show: Doos oppakken, laten zien, lach afwachten, grap afmaken, inschatten hoeveel energie de zaal nog heeft. Kan ik het komende stukje over de vogeltjes strak spelen of moet ik juist iets meer uitpakken om het verhaal daarna op de berg goed te krijgen. Me omdraaien richting berg, in een ooghoek registreren of de klimgordel op de juiste plaats hangt zodat ik vijf minuten later niet misgrijp. Maar vlak voor ik me omdraai eerst nog snel inschatten welke man op de eerste rij open en ontspannen genoeg lijkt om straks te vragen of ie het eindbeeld van de voorstelling samen met mij op het podium wil maken. Als ik het gele ding zie komen al  deze handelingen in me op maar voel ik ook de vreugde: gelukt! Ze lachten.

Ik tik deze blog op mijn laptop aan mijn bureau, in mijn ochtendjas na een cornflakes ontbijtje met mijn Lief. Een licht groezelige vrouw met in-de-war-haar die straks uitgebreid naar de verjaardag van haar tante gaat die 83 is geworden. Ik verheug me op drie haastloze maanden met vrienden en familie, zonder applaus hulde en bloemen.

Tuurlijk, ik heb het leukste werk. En als ik ergens in juli per ongeluk weer die bananendoos als oude bekende in een tas tegenkom weet ik dat er met een make-upje en een mooi lichtje op mijn gezicht en een zaal mensen voor mijn neus een vermogen in mij wakker wordt waar ikzelf niet van weet waar dat vandaan komt.

Maar dat is volgend seizoen weer.

Maandag de laatste praktische dingen afhandelen.

De kostuums wassen en zorgvuldig inpakken zodat ik niet mis zal grijpen in september. De make-up tas uitruimen. De schminkkwasten uitspoelen met zeep en in de buitenlucht laten drogen en de waterkoker van mijn thee-koffer ontkalken.

De karren met decor naar de opslag brengen.

De flightcase, een soort kledingkast op wieltjes, uitruimen en controleren of er niets in blijft zitten wat tijdens de drie maanden opslag voor zichzelf kan beginnen.

Ik moet langs de rigger (een gediplomeerd klimpersoon) om het klimtouw, de gordels en de ID te laten controleren. Want ik wil ook komend seizoen veilig die berg op en neer.

Het uittikken van opname van de laatste show mag ik ook niet te lang mee wachten omdat alle nieuwe grapjes en formuleringen nu nog vers zijn.

Maar mn jarige tante en laatste werkdingen zullen nog even moeten wachten.

Want ik ga nu eerst doen waar ik me na elk seizoen het meest op verheug:

HEEEEEEEL lang douchen om de cabaretière uit mijn haar te spoelen en als mezelf weer uit de badkamer te voorschijn te komen.

Oh heerlijke vreugd: drie maanden geen make-up en haarlak meer.

YEAAAHHH!

 

Ps Ik weet dat ik schandelijk lang geen blogjes meer heb geschreven. En ik krijg onmogelijk de afgelopen maanden in dit stukje weggeschreven. Maar ik beloof dat ik jullie de komende zomermaanden met regelmaat bij zal praten.

 

Lieve groet en bedankt voor alle lieve woorden, jullie grootse complimenten of zinnige opmerkingen. Maar vooral bedankt voor dat onvoorwaardelijk lieve applaus en het meezingen.