27 01 11

Wie niet kan springen of try-outen door een gipsvoet kan wel zittend op de bank werken.

Dus deze week gingen Ruut Weissman, mijn regisseur, en ik dapper op weg naar een conferentiezaaltje van een hotel ergens langs de Noord Hollandse kust.

Opzoek naar de inhoudelijke lijn van Hoogseizoen.

God wat ben ik blij dat ik niet in die vergadercultuur mijn brood hoef te verdienen.

Heel Nederland is volgestampt met conferentie zaaltjes .

Elk hotel heeft wel een ruimte ingericht met kantoorparafernalia als overhead projectoren, flip-overs, stiftborden, printers, computeraansluitingen, powerpoint schermen.

De tafels staan in een grote rechthoek opgesteld met dertig stoelen er omheen.

Op tafel dertig opschrijfblokjes en pennen met hotellogo, dertig flesjes blauwe en dertig flesjes rode spa op zestig ronde hotelviltjes.

De vrouw aan de hotelbalie vraagt me hoe laat de rest van het gezelschap komt in verband met de thee en koffie. We zijn maar met z’n tweeën… even keek ze op van haar computer en keek ons aan maar verschool snel professioneel haar verwondering.

Alsof wij een of andere kinky kantoor fantasie zouden gaan uitvoeren in zaaltje De Zwaan.

Kan dat praten niet gewoon thuis? Nee, het praat nou eenmaal prettiger in een onpersoonlijke ruimte. Geen telefoon die gaat, geen postbode die aanbelt, geen buurvrouw die zwaait, geen stapels rommel, was of afwas die je aandacht afleidt.

 

Ruut en ik hebben in het hotel aan zee een fijne dikke dag gewerkt.

Hangend over een van de leren werkgroepzitjes hebben we gepraat, gelachen of dom voor ons uitgestaard. Maar vooral hebben we met een frons van het denken heen en weer gelopen en op de grote vellen papier van de flip-overs veel pijlen en cirkels en dwarsverbanden getekend tussen de steekwoorden.

Dit allemaal om uit de grote berg thema’s, onderwerpen en zijsporen die ontstaan tijdens het improviseren in de try-outs de kern te benoemen en de ruis te elimineren.

Ik kan associatief wel snappen waarom ik onderwerpen aan elkaar knoop, maar als het publiek zich op het hoofd moet krabben omdat er een stortvloed over ze heen komt is eenvoud toch echt beter.

Ik geniet enorm van dit soort werkdagen.

Omdat praten over de inhoud van de show praten over het leven is.

En daar zijn Ruut en ik samen goed in.

Allebei ongeveer even oud. Allebei ongeveer hetzelfde meegemaakt aan mooie Liefdes en de dood. Allebei een passie voor het leven maar inmiddels door onze leeftijd en ervaring ook met een bullshit-detector die scherp staat.

Wij kunnen erg goed in zo’n systeemplafondzaaltje alle onderwerpen oppakken, tegen het licht houden en benoemen waar het voor staat tot we vinden wat we zoeken.

De lange strandwandeling die we normaal na de lunch dan doen ging helaas niet met mijn gipsen poot. Maar een bammetje eten terwijl je naar de zee staart doet ook wonderen voor je denken.

Toen wij s avonds om tien uur onze kantoorkerker weer verlieten waren onze hersens een uitgeknepen spons. Maar… we hebben een nieuwe heldere lijn te pakken.

Op de terugweg in de auto ging het tien minuten nog over voetballen omdat we op een sneu veldje langs de snelweg een clubje amateurs in de kleumkou zagen trainen.

Daarna reden we zwijgend doch tevreden weer naar Amsterdam.