21 06 11

Ik lees de eerste zin: ‘Hij haalde het leren masker uit de plastic zak’

Het boek is nog geen seconde open en ik ben er al meteen klaar mee.

Gatver, hier heb ik he-le-maal geen zin in. Na deze hartgrondige constatering hang ik even in het luchtledige maar dan schiet ik opeens in de lach. Een hele harde onbedaarlijke lach. Alsof er een knoop in mijn maag losschiet blijf ik lachen en kan het niet meer stoppen. Met elke gierende uithaal wordt het erger. Een heerlijke, diepe, bevrijdende lach-kick barst uit mijn lijf. Ik moet me er aan overgeven. Lief kijkt verbijsterd naar me en begint mee te grinniken. Tranen rollen over mijn wangen. Mn bril gaat op en weer af. En weer op. En weer af. Ik veeg voortdurend mijn ogen droog. Ik kan niet meer blijven zitten. Ik raak echt slap van het lachen en werp me gierend op mijn zij, rol van het bed op mijn knieën, mijn bovenlijf languit over het bed. Bril weer af en weer op. Ik kan bijna niet meer maar het lachen stopt niet. Op handen en voeten kruip ik snikkend over de lelijke vloerbedekking van de hotelkamer. En uiteindelijk lig ik aan het voeteneinde van het bed op de grond. Ongeremd hard te lachen. En ik geniet. Van een onvervalste ROFLOL.

Voor wie nooit twittert, dat is de afkorting van Rolin’ On Floor Laughin’ Out Loud

 

Een paar keer per jaar heb ik zo’n lach-kick.

Nooit weet ik wanneer, nooit weet ik precies waarom.

Bijna altijd is het een soort kortsluiting.

Een botsing tussen verwachting en werkelijkheid.

Vaak na een periode van redelijke stress opzoek naar ontspanning.

 

De verwachting.

Ik had me heel goed voorbereid.

Niet zoals altijd op het laatste moment voor de vakantie: Fuck, o ja! Ik moet nog iets te lezen mee. En dan alleen nog na de paspoortcontrole op Schiphol van die laffe allemansvriendjeboeken in de kauwgomboekenwinkel scoren.

Neen! Het zou in Ierland wel eens twee weken striemende regen kunnen worden tegen de ramen van een Bed & Breakfast. Dan kun je je geen flutlezerij veroorloven.

Er moest behalve een flinke stapel door vrienden aangeraden romans ook een ‘spannend boek’ mee. Een thriller.

Ik ben niet zo van de thrillers. Ik begrijp die enorme behoefte aan politieseries ook niet.

Er is een dooie, we volgen een puzzelspoor waarvan je nooit zelf iets kunt bedenken omdat je achter de feiten van de inspecteur aan moet lopen. En aan het eind is de boef gevangen. Probleem opgelost. Koffie!

Waarom zocht ik dan toch een thriller? Omdat ik aan het begin van de vakantie altijd een beetje jaloersig naar Lief kijk die twee dagen volkomen kan verdwijnen in zo’n spannend boek. Als ik een gesprekje wil beginnen krijg ik zijn ogen niet van de bladzijden en mompelt ie zinnen als: ‘nee nu even niet, ik ben zojuist in een gletsjer afgedaald met een gewonde collega van het onderzoeksinstituut op mijn rug en er wordt op me geschoten’. Of: ‘Wacht, wacht, nog drie bladzijden! Die monnik blijkt vergiftigd en ik heb bijna de chemische formule van het antiserum te pakken maar de stalen deur sluit over vier minuten. Ik moet doorlezen anders zit ik voorgoed vast in een graftombe’.

Vaak ga ik dan maar even een handwasje doen tot hij weer zonder afgevroren ledematen terug is op het basiskamp.

Ik heb uit verveling wel eens zo’n detective gelezen die in een zomerhuisje was achtergelaten. Op de voorkant van de boekenwees zat nog de prijssticker. Op vijf cent na dertien euro. Ik ben niet eens tot halverwege gekomen en heb me dus voor zes euro verveeld. Wat kon mij die dooie in een Zweedse sloot schelen.

Om zo’n sof-aankoop voor mijn Ierse regenbuien te voorkomen had ik niets aan het toeval overgelaten. Ik had de jaarlijkse thrillerbijlage van Vrij Nederland helemaal doorgespit. Ik had de recensies bestudeerd en ben daarna met het lijstje van de vijfsterren toppers naar de boekhandel gegaan. Ik heb daar alle boekomslagen van het lijstje bekeken, alle quotes op de achterkaften gelezen. Uiteindelijk ging ik met ‘Doodskap’ van Arnaldur IndriDason in een papieren zakje naar huis.

De aanprijzingen achterop de kaft logen er niet om:

‘Niemand komt bij hem in de buurt en hij gaat steeds beter schrijven’. ‘Hij overtreft zichzelf’. ‘Een eersteklas thriller’. ‘Winnaar van de Dit en tweevoudig winnaar van de Dat’ Op de voorkant van het boek ook nog een knaloranje sticker met extra aanprijzing van Het Parool: ‘Wat een goede schrijver’.

Nu was Lief jaloers op mij. Aanlokkelijk lag mijn zorgvuldig uitgekozen thriller met oranje Paroolsticker op het leesstapeltje op het hotelbureautje. ‘Mag ik alvast die IndriDason lezen?’ ‘Nee, jij bent een ruggenbreker en een ezelsoren vouwer.’

Ik beschermde in groot verheugen mijn juweel en bewaarde het voor zo’n echte regendag die nooit zou opdrogen.

Daar hoef je in Ierland niet lang op te wachten.

 

De werkelijkheid:

De zee en de bergrug die ik gister nog door het raam van mijn hotelkamer kon zien blijken vanmorgen volledig verdwenen in de mist. De regen striemt tegen de ramen. De geplande wandeling heeft geen zin. Dit is het gedroomde moment voor mijn eersteklas thriller. Ik bestel een kan koffie en installeer me op bed in de kussens. Kom maar op avontuur! Ik sla het boek open en lees de eerste zin…

 

‘Hij haalde het leren masker uit de plastic zak’

De pantykniekous onder de openingszinnen…

In een seconde knap ik af en werp mijn zorgvuldig uitgezochte juweel naar het raam en voel de lach losbarsten…

 

Terwijl ik dit zit te schrijven ligt Lief inmiddels dik tevreden in mijn IndriDason te lezen. ‘Dit is echt goed’ zegt ie.

Hmmm. Als ie het uit heeft zal ik het nog een keer proberen.

 

Zijn er meer mensen die op een eerste regel van een boek zijn afgeknapt?

Misschien leuk om me te twitteren welke zin dat was.