19 12 10

Ik zie buiten witte daken en witte bomen.

Ik zie binnen een witte dekbedhoes.

En uit het witte dekbed hoes steekt een wit been.

Mijn been.

Mijn gipsbeen.

Gister helemaal aan het einde van mijn try-out in Arnhem verzwikte ik mijn voet en dacht: wonderlijk geluidje… Bikkel als ik ben heb ik mijn voorstelling helemaal uitgespeeld en met een ongelooflijk warm en enthousiast applaus de pijn weggespoeld.

Na twee minuten in de coulissen op mijn tanden bijten schuift het gordijn open en staat er een mooie vrouw van mijn leeftijd voor me en zegt: hoi ik ben Joyce, ik ben dokter, kan ik iets voor je doen. Ik nog ‘dapper’ hiero en ‘ach valt mee’ daaro, maar kon geen stap zetten. De verhoudingen werden meteen duidelijk: ik had dan twee uur alles te zeggen gehad op het podium maar lief en vakkundig nam zij de regie over de zorg voor mijn zere poot op zich. ‘Jij gaat zitten, ik ga ijs zoeken om de zwelling te koelen.’

Waarom ontroert het mij altijd meteen als iemand zonder voorbehoud voor een ander wil zorgen. En wat vind ik het moeilijk om die lieve aandacht aan te nemen. Ik deel liever uit. Maar ik voelde: ik had weinig keus.

Terwijl dokter Joyce met  vastbesloten pas wegloopt om ijs te scoren in de theaterfoyer gaat het gordijn weer open. Een meneer met een aardig gezicht: ‘Hoi ik ben Frans, ik ben fysiotherapeut. Kan ik iets voor je doen…’  Nog een week tot de kerst maar de engelen komen al uit den Hoogen… Aan de arm van Frans strompel ik naar de kleedkamer.

Geconcentreerd beweegt hij mijn voet. ‘doet dit zeer? AU! Nee hoor. Doet dit zeer? AU! Nee hoor. En dit? AU! Neuuuhhhh valt wel… AU! nee… Dokter Joyce komt terug. Geen ijsblokjes in de foyer. Frans de fysio pakt drie blikjes cola uit de koelkast en begint m’n voet te koelen. Een paar minuten later komt Henk de lichttechnicus met  twee plasticzakken vol sneeuw in de behandelkamer binnen die voorheen mijn kleedkamer was. SLIMMMMM! Maar helaas raakt de blauwe zwelling niet onder de indruk van de sneeuwzakken en maakt zich breed. Dokter Joyce schuift ook wat botjes in m’n voet heen en weer en zegt: ‘Hmmm…’ Ik hou er niet van als dokters fronsen en Hmmm… zeggen. ‘Er zit veel speling in, ik zou er toch even een fotootje van laten maken, ik bel even voor je met het ziekenhuis’. Ik probeer haar gesprek op de achtergrond te volgen. Maar inmiddels is het gezellig druk backstage. Roel de theaterdirecteur komt vragen hoe het gaat, de vrouw van fysio Frans brengt hem zijn inmiddels koud geworden wijntje. Frank mijn geluidstechnicus volgt met armen vol spullen die mee terug moeten naar Amsterdam.

Terwijl ik word geholpen met aankleden draagt de rest van de hulptroepen de rekwisieten en m’n tassen naar de auto.

Dokter Joyce biedt aan dat ik bij haar kan overnachten als het nodig is.

Ik bedank iedereen en stap in de auto naast mijn chauffeur. Fysio Frans rijdt voor ons uit door een totaal wit en onherkenbaar Arnhem om ons de weg te wijzen naar de Spoed Eisende Hulp.

Eenmaal in het ziekenhuis volgt een heel parcours langs nog veel meer lieve mensen.

De zakelijke intake, de medische intake, wachten in een gordijnkamertje, röntgenfoto en weer wachten  tussen de gordijntjes op de uitslag van de foto: ‘de dokter komt zo’. Na een kwartier schuift een jonge vrouw met een perfect gespelde hoofddoek het gordijn open. Ze groet vriendelijk, geeft me een stevige hand en een stevige conclusie: middenvoetsbeentje gebroken. Drie weken gips.

Een half uur later ben ik een gipssok en twee blauwe loopkrukken en een recept voor anti trombose-injecties rijker en rijd ik naast chauffeur Jaap door een verse dikke laag sneeuw weer naar Amsterdam. Lief was out of town maar is meteen naar huis gekomen om me op te vangen.

 

Na een woelige nacht met een blok aan mijn been lig ik nu met de laptop op schoot en kijk naar mijn witte poot in het witte bed met het witte uitzicht door de ramen.

OK, ik heb de komende drie weken wat uitdagingen op mijn pad.

En mijn voet doet pijn. Maar ik ben wonderlijk opgewekt.

Ik voel nog steeds de nablij van een hele goede try-out.

En een stilblij omdat er zoveel lieve mensen zonder bedenkingen voor me wilden zorgen.

Maar ik voel ook een vreemdblij waar ik drie zinnen meer voor nodig heb.

Toen de röntgenmeneer zei: ‘de dokter komt zo’ en even later de mooie jonge moslimvrouw het gordijn openschoof voelde ik een glimlach opkomen. YES! Nog één generatie en al die bangmaak klets kunnen we achter ons laten. Ik zal pas echt blij zijn als het me niet meer opvalt of er een Westerse, Aziatische, Zuid-Afrikaanse, Joodse of Moslim man of vrouw het gordijn openschuift en me helpt.

De vrouw met de hoofddoek die gisteravond mijn dokter was gaf me het zeker weten dat er ooit, nu en altijd weer jong talent op zal staan dat na hard werken een podium zal beklimmen om een zaal te vervoeren, in een operatiekamer een leven zal redden, in de regeringsbank een fatsoenlijk standpunt met vuur zal verdedigen of op een andere zichtbare of onzichtbare plek uit zal groeien tot een voorbeeld voor nieuwe jonge talentvolle mensen.