12 12 10

Gisteren via uitzendinggemist.nl naar een documentaire over Jochem Myjer gekeken.

Het was vast een documentaire van lang geleden. Want Jochem was toen al top, maar is inmiddels twee keer zo goed en twee keer zo slank! En vader van twee…

We volgen Jochem op weg naar de voorstelling, in het theater voor de voorstelling en vooral ook na de voorstelling. Zeer herkenbare beelden. De verbaasde vreugde in de pauze omdat de eerste helft super lekker ging. Alsof dat niet door zijn perfectionisme en talent komt. En na afloop het zachte balen omdat het misschien ‘maar een negen’ was en geen tien. Die twijfel: wat deed ik niet goed. Wat kon er beter. Waar lag het aan…

Het is een leuke documentaire. Ik geniet van de subtiele signalen van mijn collega. Eervol zo’n docu over je werk, leuk zo’n cameraploeg in je kleedkamer. Maar het veroorzaakt ruis op zijn concentratie. Een lievere vent dan Jochem is er niet en ik zie dat hij gul en onzichtbaar over de zelf toegestane verstoring heen stapt.

Er komen wat mensen aan het woord over Jochem, maar ook antwoordt hij zelf op vragen. ‘Denk je vaak aan je nieuwe programma?’  ‘Als ik het nog moet maken bedoel je? Ja, voortdurend. Dan ben ik lekker aan het spelen en hoor ik die lach door de zaal golven en denk ik elke keer: hier kom ik nooit meer overheen’…

Ik kijk naar hem op TV en schiet in de lach. Hé! Dat is mijn tekst!

Wat is dat toch met die optreders die al heel lang mooie programma’s maken en toch  telkens blijven denken dat het een soort toeval is. Alsof alle eerdere shows een nooit meer te herhalen kunstje was. Alsof de bron kan opdrogen. Alsof je bij je geboorte maar  één zak lach krijgt en als je die leeg hebt er niets meer voor je zal zijn.

Een uur later is de documentaire afgelopen. Zijn show van toen ook.

Jochem heeft zich inmiddels met een kladblok op een Waddeneiland teruggetrokken om aan zijn nieuwe programma te schrijven. We zouden hem massaal kunnen twitteren dat zijn volgende voorstelling natuurlijk weer net zo leuk zal worden. Of zelfs misschien nog beter omdat hij meer ervaring heeft gekregen en steeds beter weet waar het zit. Waar het vandaan komt. Maar ik weet: het zal niet helpen.

De twijfel hoort bij de maker. Er zit niets anders op dan de innerlijke saboteur geheel in plakband te rollen, hem achter in een kofferbak van een oude auto te leggen en die van een rots af te duwen. Dan gaan zitten, tv uit, relatie uit, vrienden uit, familie uit, foon uit, kladblok open en bij het eerste grapje beginnen.

Tijdens het maken zul je uit de kofferbak ergens diep in het ravijn, gedempt door het plakband, nog een vage poging van de saboteur horen. Waweendommeideewwen… Maar je bent op pad. Zoet volg je op afstand je talent en loodst het langs de randen van de twijfel. Je niet teveel laten afleiden en dapper blaadje na blaadje ongecensureerd je ideeën opschrijven. In de try-outs wordt het publiek je loodsboot en zal je de goede richting laten horen door hun lach of hun stilte. En voor je het weet denk je tijdens je try-outs niet meer na over je bestaansrecht en andere grote vragen, maar ben je braaf met de kleine klusjes bezig: moet ik het laatste liedje wel of niet vertalen, is het nou beter dit stuk voor dat stuk te laten komen, moet ik hier nou versnellen of juist inhouden, zou het sterker werken als er muziek onder deze tekst komt, hoe krijg ik dat decorchangement zo strak mogelijk, waar laat ik het water dat op de vloer stroomt enzovoort. Je doorzettingsvermogen zal je voort blijven stuwen tot je weer ‘jouw best’ hebt gemaakt. En blijf je opzoek naar ‘beter’.

 

Ik heb voor deze week geen zorgen maar een lijstje van die praktische klusjes:

1-de try-out van Den Bosch uittikken en de tekst redigeren. 2- nieuwe volgordekaartjes schrijven. 3-Kijken of de ontmoeting met de vrouw op de berg eerder in de voorstelling kan en wat dat voor complicaties oplevert. 4-Ik moet bedenken hoe ik de pianobegeleiding aan het eind langer door kan laten lopen zonder dat ik het spoor bijster raak en midden in een couplet inzet omdat ik door het applaus niet meer hoor waar ik ben. Maar vooral wil ik 5-Proberen om voor de decorontwerper een soort stripboek van de beelden in de voorstelling te maken.

Genoeg te doen dus.