09 06 11

Ik loop van de ingang van de camping over de lange lanen naar mijn boshuisje.

Het is zaterdagavond iets over half negen.

Ik hoor een vrouw in een caravan hard lachen. Ik kijk zonder te gluren even naar binnen en zie tot mijn schrik mezelf op haar televisie. Druk bezig in mijn voorstelling Nike.

Oh shit, helemaal vergeten dat die show nu uitgezonden wordt.

Ik loop door naar mijn eigen huisje en zie links en rechts in andere caravans en boshuisjes op de televisies het voor mij overbekende rood van het decor en dat pratende, bewegende vrouwtje in het kostuum dat ik twee seizoenen aan had.

Nooit zie je je publiek thuis. Nu zie je ze op hun eigen stoel of bank onderuitgezakt met een bakkie koffie of juist rechtop met een breiwerkje naar me kijken.

Misschien ploffen andere collega’s op zo’n moment van trots, maar mij overvalt me op het bospad een diepe gene. Aandacht op het podium is heerlijk. Maar op weg naar mijn onkige boshuisje om in de voortent van mijn moeder ook een bakkie koffie te doen botst de mevrouw op TV tegen mijn privehart.

Als ik thuis aankom zie ik dat Lief ook Nike aan heeft.

Ik ga niet naar binnen.

Kom je kijken?! Roept hij, het is leuk.

Neuhhh ik ken die show nou wel…

Ik ga niet naar binnen.

Ik geef mijn handen buiten wat te doen.

Er staan meters onkruid tussen de blaadjes.

Springbalsemien. Een lieve Hollandse naam voor een uitermate irritant fluttig minigeel bloemetje op een pierig snotsteeltje dat elk jaar met NOG meer familie terugkomt.

Op m’n kop met m’n handen in het groen en de aarde hoor ik door de openstaande deur  bekende stukken tekst en grappen en hoor ik de zaal hard weer hard lachen.

Ik wil nog altijd niet naar binnen, maar de springbalsemien is inmiddels uitgeroeid en het straatje geveegd.

Ik kan moeilijk om negen uur s avonds nog een boom gaan omzagen en bovendien wordt het buiten fris. Er zit niets anders op dan maar naar binnen te gaan en mijn andere zelf onder ogen te komen.

Ik ken geen collega die er eens breed voor gaat zitten om van zichzelf te gaan genieten… Althans, geen leuke collega. Mij vergaat het niet anders.

Eerst blijf ik staand in de deuropening kijken of ik het aan kan. Op de drempel kan ik altijd nog weg.

Het eerste dat me weer opvalt is de fantastische opname die Joram Lursen van de show heeft gemaakt. Zo geweldig als hij het publiek in beeld heeft gebracht heb ik zelden gezien. Wat is het toch veel makkelijker om trots te zijn op een ander.

Na tien minuten staand kijken zegt Lief: waarom kom je niet even naast me op de bank zitten. Ik zak ongemakkelijk in de dikke kussens en probeer mijn kritische kijk te blokkeren. En langzaam komt tussen de gene door weer de tevredenheid.

Alles kan beter, maar wat ik zie is niet slecht.

Ik ben blij met de rust die door de jaren ervaring in mijn gezicht te zien is.

Ik weet wat ik aan het doen ben.

En door de prachtige opname van Joram zie ik wat ik nooit echt zie als ik bezig ben:

Wat het met mijn publiek doet.

Hoe ze lachen, hoe ze in de stille stukken meegaan, en hoe de ontroering aan het eind bij ze binnenkomt. De gene is vervangen door dankbaarheid.

Na de uitzending stromen lieve, blije en ontroerde reacties binnen.

Toch wel gaaf…