01 06 11

Er loopt een spinnetje over mijn toetsenbord.

Een piepklein spinnetje.

Het is een rozig formule 1 stipje met acht minipootjes en rent in een onwaarschijnlijk tempo tussen de lettertoetsen door, vliegt schuin over mijn dongel en verdwijnt dan een paar seconden uit beeld. Opeens komt ie weer tevoorschijn en scheurt verder over de rand van mijn laptop. Hij rent soms dwars over mijn beeldscherm. Onwetend van woorden waar hij overheen loopt. Documentelementen, tabellen, grafieken, smartart…  Het zal wel, hij moet rennen en zal rennen. Of ie nou over het rode, gele of groene balletje van mijn worddocument rent, nergens stopt ie. Nergens remt ie even af, nergens: WAOW, HO of OEPS. Zelfs het schelle felle blauwe lichtje van mijn dongel laat hem niet schrikken en van koers veranderen. Gewoon vol gas en scheuren maar.

Ik typ voorzichtig. Het roze stipje snelt in hoog tempo langs zijn voor mij onbegrijpelijke kronkelweg. Ik wil niet per ongeluk op de –e drukken als het spinnetje net over de –e voorbij komt stuiven.

Elk levend wezen heeft zijn eigen taak en zijn eigen beleving. Het laatste wat ik, mevrouw Mens, moet doen is mijn mensengevoelens of ideeen op dat beestje loslaten. Al is dat verleidelijk.

Hij rent omdat dat in zijn wezentje is ingebouwd. Ik denk: zenuwelijer, ga effe zitten zeg.

Life is too short to run like hell. Heel even denk ik: pffff zal ik hem uit zijn lijden van het nutteloze rennen verlossen en dood maken. Maar ja, misschien rent ie in dolle blijdschap. Omdat hij zijn enige taak in zijn ongetwijfeld korte leventje voor de volle honderd procent aan het vervullen is namelijk: keihard rennen, ongeacht over welk oppervlak. Dat plezier zou ik hem niet met de druk van een duim willen ontnemen.

En doe ik het nou zoveel beter dan dat beestje.

Zoom ik in op mezelf kom ik in een complex en uniek gangenstelsel van gedachten en handelingen dat het spinnetje nooit zal kunnen bevatten. Mijn hand is voor hem gewoon een te bestormen oppervlakte. Maar zoom ik eens flink uit tot ik net zo klein ben als dat roze achtbenertje zie ik toch ook zo’n ieniemienie roze tweebeenertje met een stippie haar op de kop van het theater naar huis naar de stomerij naar de tandarts naar de winkel naar het theater naar de sportschool rennen.

Ben ik toch blij er niet een door mij niet te registreren grotere levensvorm denkt: pffff. Zal ik dat dingetje Van Dongen even dood drukken.

Eigenlijk is het spinnetje zelfs stoerder bezig dan ik. Hij rent onverschrokken over het blauwe lichtje van mijn dongel. Ik zou me de rambam schrikken als ik opeens over een hel blauw verlichte vloer zo groot als een voetbalveld moest lopen. Ik zou stoppen. Ik vergeet mijn weg door twijfel of schrik. Ik vergeet steeds mijn weg. Hij niet. Hij loopt, omdat ie moet lopen.

Ik wilde een blogje gaan schrijven over mijn ervaring bij het Iron Maiden concert 8 juni in Arnhem. Maar het spinnetje stopte mijn gedachte en won mijn aandacht.

Terwijl ik zat te puzzelen of het vorige zinnetje beter opgeschreven kon worden is mijn kleine roze formule 1 wonder over mijn spijkerbroek en de ribstof van mijn bank uit het zicht verdwenen.

Ren maar lekker beessie.

Ik zie dat de zon weer is gaan schijnen.

Dat Iron Maiden verhaal komt wel een keer. Of niet.

Nu eerst naar buiten om daar op mijn eigen ondoorgrondelijke lijntje over de wereld verder te lopen.